Nieuws

12-10-2009

Van octrooibox naar innovatiebox

Innovatie is een bron voor duurzame economische groei en levert een belangrijke bijdrage aan de versterking van het concurrentievermogen van Nederland. Omdat het belangrijk is dat Nederland ook in de toekomst aantrekkelijk blijft voor ondernemingen om hun innovatieve activiteiten uit te voeren, verruimt het kabinet de mogelijkheden voor innovatieve ondernemers om gebruik te maken van de octrooibox.

Het schrapt de plafonds voor zowel octrooi-activa als S&O-activa, verlaagt het effectieve tarief naar 5% en legt in de wet vast hoe met exploitatieverliezen dient te worden omgegaan. Vooral voor innovatieve ondernemingen die zich met S&O activiteiten bezighouden die niet met een octrooi samenhangen, betekent dit een forse verruiming ten opzichte van de huidige octrooibox. Door het gelijktrekken van S&O-activa met octrooi-activa erkent het kabinet het belang van innovatieve activiteiten in de breedste zin van het woord. Deze verruiming betekent dat de naam ‘octrooibox’ de lading niet langer dekt. Daarom zal voortaan worden gesproken van ‘innovatiebox’.

Sinds 1 januari 2007 kunnen bedrijven die voor uitvindingen of technische toepassingen een octrooi hebben gekregen, gebruik maken van de octrooibox. Nadat de voortbrengingskosten van de octrooi-activa zijn ingelopen, kunnen de resterende voordelen tot een bedrag van vier maal de voortbrengingskosten in de octrooibox worden gebracht. Het plafond is destijds opgenomen met het oog op de budgettaire risico’s (een forfaitaire begrenzing van vier maal het totaal van de voortbrengingskosten). Het effectieve tarief waartegen deze voordelen vervolgens worden belast, bedraagt tot nu toe 10%.

Per 1 januari 2008 is de octrooibox uitgebreid met immateriële activa waarvoor door SenterNovem een S&O-verklaring is afgegeven. Hierdoor ging de octrooibox ook gelden voor voordelen uit activa waarvoor geen octrooi is aangevraagd, of die niet voor een octrooi in aanmerking komen, maar die wel zijn voortgekomen uit innovatieve werkzaamheden. Ingegeven door de destijds beperkte budgettaire ruimte werd naast het plafond van vier maal de voortbrengingskosten voor deze S&O-activa tevens een absoluut maximum ingesteld van € 400 000.

Het kabinet schaft per 1 januari 2010 de plafonds voor zowel de octrooi-activa als de S&O-activa af. Gebleken is dat het plafond van vier maal de voortbrengingskosten in de regel niet wordt bereikt. Voor deze activiteiten leidt het plafond dus tot onnodige administratieve lasten voor bedrijven en uitvoeringskosten voor de Belastingdienst. Het schrappen van het plafond van € 400 000 voor voordelen uit S&O-activa betekent een aanzienlijke verruiming van de mogelijkheden om gebruik te maken van de innovatiebox. Innovatieve activiteiten die niet in aanmerking komen voor een octrooi of waar geen octrooi voor wordt aangevraagd, maar die wel in aanmerking komen voor een S&O-verklaring, worden vanaf 1 januari 2010 binnen de innovatiebox gelijk behandeld als octrooi-activa. Opgemerkt wordt dat in verband met het afschaffen van het absolute plafond van € 400 000 voor S&O-activa, het daarmee samenhangende absolute maximum van € 100 000 aan voortbrengingskosten tevens komt te vervallen.

Door het afschaffen van de plafonds wordt de innovatiebox aantrekkelijker voor software en bedrijfsgeheimen. Software is niet octrooieerbaar en kwam daardoor in eerste instantie niet in aanmerking voor de octrooibox. De verruiming per 2008 heeft software onder de reikwijdte van de box gebracht, maar door het plafond van € 400 000 slechts voor een beperkt bedrag. Hetzelfde geldt voor bedrijfsgeheimen. Hoewel vaak wel octrooieerbaar zien bedrijven ervan af om een octrooi aan te vragen voor bedrijfsgeheimen, omdat het octrooiregister openbaar is. Via de S&O-route kunnen deze bedrijven toch van de innovatiebox gebruik maken. Met het vervallen van het plafond van € 400 000 kunnen deze mogelijkheden voortaan maximaal worden benut.

Door het maximum voor S&O-activa af te schaffen verwacht het kabinet tevens een oplossing te hebben gevonden voor twee als beperking ervaren gevolgen van het octrooivereiste. Ten eerste gaat het om het vereiste dat een octrooi verleend moet zijn voordat van de innovatiebox gebruik kan worden gemaakt. Winsten die worden behaald gedurende de periode dat de octrooiaanvraag aanhangig is, kunnen hierdoor niet aan de innovatiebox worden toegerekend. Omdat een S&O-verklaring normaliter in een eerder stadium wordt afgegeven dan een octrooi wordt verleend, kunnen bedrijven winsten al in een eerder stadium aan de innovatiebox toerekenen. Ten tweede gaat het om het vereiste van de juridische eigendom van het octrooi. Bedrijven die de economische eigendom van een octrooi hebben, maar niet de juridische eigendom, kunnen geen gebruik maken van de innovatiebox via de weg van de octrooi-activa. Wanneer deze activa ook in aanmerking komen voor een S&O-verklaring, kan via deze weg de innovatiebox toch worden toegepast.

Ten aanzien van exploitatieverliezen is in de praktijk bij de octrooibox een probleem opgekomen. De exploitatieverliezen ter zake van een immaterieel actief die in de box vallen, zouden niet volledig, maar slechts voor een effectief tarief van 10% in aanmerking kunnen worden genomen. Met het beleidsbesluit van 11 augustus 2009 is voor de toepassing van de octrooibox een oplossing gevonden. Goedgekeurd is dat deze verliezen in de jaren 2009 en 2010 volledig in plaats van tegen een effectief tarief van 10% in aanmerking kunnen worden genomen. Daaraan is wel gekoppeld dat de innovatieverliezen het drempelbedrag verhogen en eerst dienen te worden ingelopen, alvorens de voordelen weer in aanmerking komen voor de box. Voor de innovatiebox wordt een en ander thans duidelijk in de wettekst vastgelegd.